Parcours
Het is een verhaal in vier bewegingen
De kolonisten stichten aan de overzijde van de Atlantische Oceaan een nederzetting naar Europees voorbeeld.
De Europeanen – Spanjaarden en Portugezen op kop – koloniseren eerst Centraal- en Zuid-Amerika. Daar vinden ze kostbare metalen, die de fors groeiende Europese economie nodig heeft. Pas later beginnen de Spanjaarden zich te interesseren voor Noord-Amerika, waar ze al snel concurrentie krijgen van de grootmachten uit het noorden : Frankrijk, Engeland en Nederland. Het immens grote continent, dat vandaag verdeeld is tussen de Verenigde Staten en Canada, wordt een arena waarin de Europese machten strijd voeren met elkaar. Uiteindelijk winnen de Britten, omdat zij op de meeste steun vanuit hun moederland kunnen rekenen.De dertien Britse kolonies vormen in deze periode nog een verlengstuk van Europa. Voor de uitgeweken Europeanen dienen ze als laboratorium waar ze, onder de bewonderende blik van de verlichte geesten van het Oude Continent, de ideeën en de idealen van de Filosofen uitproberen. Deze idealen doorstaan met succes de test van de Amerikaanse Revolutie en worden terug uitgevoerd naar Europa, waar ze een belangrijke rol spelen in de Franse Revolutie. Daarna verspreiden ze zich over heel Europa. Er heeft een vruchtbare wisselwerking plaats : de Amerikanen vinden de inspiratie voor hun grondwet bij Locke en Montesquieu, terwijl Jefferson La Fayette helpt bij het opstellen van een eerste versie van De Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.
In een krachtig symbolisch gebaar, dat filosofie en politiek verenigt, omhelzen Voltaire en Franklin elkaar plechtig in de Académie, aangemoedigd door een enthousiaste menigte.
De prille Amerikaanse staat bevrijdt zich van de voogdij van Europa.
Het Vrijheidsbeeld, dat gemaakt werd door een Fransman en door het Franse volk aan het Amerikaanse werd geschonken (1886), is een mooi symbool van de lange 19e eeuw die begon na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog en eindigde met de Eerste Wereldoorlog. De nietige maar beloftevolle scheut van de Nieuwe Wereld verspreidt zich over een heel continent en wordt almaar machtiger. In een meeslepend verhaal dat, zoals overal, het beste en het slechtste bevat, ontstaat een grote natie, die vervolgens haar groeipijnen beleeft in de vorm van een verschrikkelijke burgeroorlog. De Verenigde Staten putten de kracht om deze beproeving te overwinnen uit het vernuft van hun instellingen, de werkkracht van hun inwoners, de onuitputtelijke rijkdommen van een uitgestrekt land… en de instroom van immigranten uit Europa, dat in opeenvolgende golven zijn armen, zijn vervolgden, zijn verschoppelingen en zijn avonturiers naar Amerika stuurt.
Europa is in de ban van Amerika. Sommigen staan in bewondering voor de Verenigde Staten en anderen verachten het land, maar behalve enkele grote denkers zoals Tocqueville beseffen weinig Europeanen dat Amerika hun een beeld van hun eigen toekomst toont. De Amerikanen zijn evenzeer gefascineerd door Europa, omdat ze er iets vinden dat ze zelf niet hebben : een geschiedenis en verfijning.
Deel één (1917-1941) : “La Fayette, hier zijn we dan !”
De Amerikanen keren terug naar Europa om er oorlog te voeren en de vrede te handhaven.
Deze beroemde woorden worden op 4 juli 1917 uitgesproken door Charles E. Stanton, een officier van het Amerikaanse leger en een naaste medewerker van generaal Pershing, bij het graf van de “Amerikaanse” markies. Ze illustreren perfect de korte periode tussen de twee wereldoorlogen. De Verenigde Staten zijn een grote natie geworden, maar ze zijn onzeker over hun macht en twijfelen voortdurend tussen isolationisme en interventionisme. Ze willen de wereldorde bepalen (de Veertien Punten, de Volkenbond), maar trekken zich al snel terug, zodat deze wereldorde tot mislukken gedoemd is voor ze goed en wel gevestigd is.
De Europese grootmachten dicteren nog steeds de wet, maar de wereld is al geglobaliseerd (het is het tijdperk van de grote wereldtentoonstellingen, maar ook, halverwege deze periode, van de wereldwijde crisis) en Amerika begint op grote schaal zijn materiële (het Taylorisme) en artistieke (jazz, films, romans) realisaties uit te dragen. Amerikaanse schrijvers frequenteren de kroegen van de Oude Wereld en mengen zich in de bloedige Europese ruzies (de Spaanse burgeroorlog, de oorlog tegen het nazisme). Ondertussen vinden Europeanen, die uit hun eigen land verdreven worden door de boze geesten die zo talrijk zijn op dit continent, onderdak bij Amerikaanse universiteiten, orkesten en filmstudio’s.
Deel twee (1941-1989) : “Deze keer blijven ze er.”
Voor de tweede keer in een halve eeuw trekken de Amerikanen naar Europa, waar men er niet in geslaagd was een nieuwe catastrofe te vermijden. De VS gaan Europa in deze periode volledig overvleugelen.
De nazi’s dwingen democratisch Europa op de knieën (München, 1938) en de voorspelling van Winston Churchill aan Chamberlain wordt werkelijkheid (“U had de keuze tussen de oorlog en de schande. U koos de schande en zal toch de oorlog krijgen.”) De Verenigde Staten moeten nogmaals tussenbeide komen op het oude continent. Ze doen dat zonder enthousiasme. Ze steunen de Britten (de “Leen- en pachtwet”), die na de nederlaag van het Franse leger alleen staan in het gevecht tegen Hitler, maar werpen zich pas in de strijd na de Japanse aanslag op de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour. Maar deze keer landen de G.I.’s in Europa om er te blijven.
Uit de nederlaag van de Asmogendheden ontstaat een heel andere wereld : een tweepolige wereld waarin de nucleaire supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, elkaar bekampen. De Europese koloniale rijken storten één na één in en Europa zelf wordt in tweeën gedeeld door wat Churchill het “IJzeren Gordijn” noemt. Europa is nog slechts een speelbal in de wereldwijde strijd tussen de twee groten.
Tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en het einde van de Koude Oorlog zijn de Verenigde Staten niet langer één van de grootmachten, maar de grootmacht – een titel die ze delen met de Sovjet-Unie (dat dit een illusie is, weet men op dat moment nog niet). Europa, dat in 1900 nog een wereldmacht was, wordt verscheurd tussen twee invloedssferen. Europa moet ondersteund worden met het Marshallplan en is ondergeschikt aan de NAVO. De Amerikaanse leerling is meester geworden en wordt door velen aanbeden, door sommigen beschimpt, maar door iedereen nagevolgd.
Amerika, machtiger dan ooit, en Europa, op zoek naar eenheid, trachten hun relatie een nieuwe invulling te geven.
Sinds de val van de Sovjet-Unie zijn de Verenigde Staten de enige “hypermacht”. Ze zijn als enigen in staat overal ter wereld militair in te grijpen, en ook economisch en cultureel hebben ze de wereld in hun greep. Hierdoor lokken ze hevig, soms zelfs gewelddadig, verzet uit.
Europa is er vrij goed in geslaagd de volkeren van de ineengestorte Sovjet-Unie te integreren, het heeft een eenheidsmunt ingevoerd en werkt met vallen en opstaan aan zijn eenmaking. Toch spiegelt Europa zich meer dan ooit aan het Amerikaanse culturele model. Net als elders regeren hier het internet, Facebook en de iPod, Pixar en de Amerikaanse televisiereeksen, Mc-Donald’s en de supermarkten. De verweving van het Europese economische en financiële systeem met het Amerikaanse heeft Europa immers meer dan de rest van de wereld kwetsbaar gemaakt voor de crisis die ontstond in de Verenigde Staten.
Eén wereldorde is dood, een andere is aarzelend in de maak, doorheen crisissen en conflicten waarbij de twee Atlantische partners hun relatie vorm proberen te geven.
Epiloog : En morgen ?
Eén ding blijft zeker : Europa en Amerika blijven op elk gebied elkaars belangrijkste partner. We hebben daar de negatieve gevolgen van ondervonden. De verweving van het Europese economische en financiële systeem met het Amerikaanse heeft Europa immers meer dan de rest van de wereld kwetsbaar gemaakt voor de crisis die ontstond in de Verenigde Staten.
We ondervinden echter vooral de positieve gevolgen van dat partnerschap :het grote aantal handelstransacties, een ondernemingsruimte die de Atlantische Oceaan overspant, de intense wetenschappelijke, academische enculturele banden. Maar deze vaststelling is een historisch gegeven, geennoodwendigheid. In een multipolaire wereld ontluiken er andere machten enkrijgen andere bondgenootschappen vorm. Dat is op zich geen slechte zaak,op voorwaarde dat de band tussen de twee oevers van de Atlantische Oceaan er niet onder lijdt.Waarop zal dit verbond morgen rusten ? Welk “nieuw atlantisme” moeten weopbouwen ? Wat zijn de voorwaarden, hier en ginds, om dat te bereiken ?
Wij hebben geen kant-en-klare antwoorden. Ons opzet is de bezoeker ertoe aan te zetten hier en nu de juiste vragen te stellen. Waarna uit de veelheid van meningen een debat kan ontstaan, in de grote traditie van de Verlichting.
